# Wetboek van strafvordering (SV)

## Artikel 27a | Vaststelling identiteit

De verdachte wordt ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit gevraagd naar zijn naam, voornamen, geboorteplaats en geboortedatum, het adres waarop hij in de basisregistratie personen is ingeschreven en het adres van zijn feitelijke verblijfplaats. Het vaststellen van zijn identiteit omvat tevens een onderzoek van een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 447e van het Wetboek van Strafrecht (SR).

## Artikel 27ca | Te benoemen rechten

1. Aan de verdachte wordt bij zijn staandehouding of aanhouding medegedeeld ter zake van welk strafbaar feit hij als verdachte is aangemerkt. Buiten gevallen van staandehouding of aanhouding wordt de verdachte deze mededeling uiterlijk voorafgaand aan het eerste verhoor gedaan.,
2. Aan de verdachte die niet is aangehouden, wordt voorafgaand aan zijn eerste verhoor, onverminderd artikel 29, tweede lid, mededeling gedaan van het recht op rechtsbijstand, bedoeld in artikel 28, eerste lid, en, indien van toepassing, het recht op vertolking en vertaling, bedoeld in artikel 488aa, Lid E.,
3. Aan de aangehouden verdachte wordt onverwijld na zijn aanhouding en in ieder geval voorafgaand aan zijn eerste verhoor mondeling mededeling gedaan van:,

A. Het recht om de in het eerste lid bedoelde informatie te ontvangen

B. De in het tweede lid bedoelde rechten;

C. Het bepaalde in artikel 29

D. Het recht op kennisneming van de processtuken op de wijze bepaalde in artikel 96

E. Het recht om een persoon in kennis te doen stellen van zijn vrijheidsbeneming, bedoeld in artikel 900.

## Artikel 28 | Recht op rechtsbijstand

1. De verdachte heeft het recht om zich, overeenkomstig de bepalingen van dit wetboek, te doen bijstaan door een raadsman of raadsvrouw,
2. In bijzondere gevallen kan op gemotiveerd verzoek van de verdachte meer dan een raadsman of raadsvrouw worden aangewezen,
3. De verdachte die de Nederlandse taal niet of onvoldoende beheerst kan ten behoeve van zijn contacten met zijn raadsman of raadsvrouw een beroep doen op bijstand van een tolk.

## Artikel 29 | Recht op zwijgen

Dit artikel stelt vast dat een ieder altijd het recht heeft om niet te antwoorden op de vragen die hem gesteld zijn. Een verdachte hoeft immers niet mee te werken aan zijn eigen voorgeleiding.&#x20;

## Artikel 62 | Medisch onderzoek

Dit artikel stelt vast dat een ieder altijd het recht heeft om medische zorg te krijgen die adequaat is. Dit is enkel met toestemming van een Hulp officier van Justitie of een Officier van Justitie uit te stellen tot nader order.

## Artikel 71 | Volledige beperking

Dit artikel stelt vast dat een ieder in overleg met een Hulp officier van justitie of een Officier van Justitie in volledige beperkingen vastgezet kan worden. Dit houd in dat de verdachte alleen contact met hebben met zijn of haar advocaat.

## Artikel 96 | Recht op inzagen bewijslast

Dit artikel stelt vast dat een ieder die in voorarrest is geplaatst het recht heeft om zijn bewijslast dat door de aanklagende partij word gebruikt als ten laste legging in te mogen zien. Dit is enkel met toestemming van een officier van justitie uit te stellen tot nader order.

## Artikel 488aa | Rechten van verdachte

1 Onverminderd de artikelen 27a en 27ca, wordt aan de verdachte direct wanneer hij is aangehouden mededelingen gedaan:

A. Van het recht op zwijgen, bedoeld in artikel 29

B. Van het recht op een medisch onderzoek, bedoeld in artikel 62

C. Van het recht op een advocaat, bedoeld in artikel 28

D. Van het feit dat alles wat door een verdachte wordt gezegd tegen hem gebruikt zal worden in een strafprocess, bedoeld in artikel x

E. De mededeling van de rechten wordt gedaan in voor de verdachte eenvoudige en toegankelijke bewoordingen. Indien de nederlandse taal niet of onvoldoende beheerst, wordt de mededeling van rechten in een voor hem begrijpelijke taal gedaan.

F. Indien de verdachte niet op zijn rechten wordt gewezen gedurende een onderzoek zal alles wat de verdachte tot op dit moment gezegd heeft worden gezien als niet bruikbaar.

## Artikel 900 | Recht om te bellen

Dit artikel stelt vast dat een ieder die in voorarrest geplaatst is het recht heeft om één telefoontje te plegen. De verdachte heeft recht op privacy. Alleen als een verdachte in volledige beperkingen is gesteld, mag een beperking komen op wie hij belt. Ook alleen dan mag er worden meegeluisterd vanuit de politie aan de telefoon.<br>


---

# Agent Instructions: Querying This Documentation

If you need additional information that is not directly available in this page, you can query the documentation dynamically by asking a question.

Perform an HTTP GET request on the current page URL with the `ask` query parameter:

```
GET https://vrederust-regels.gitbook.io/vrederust-roleplay/wetboek-niet-in-gebruik/wetboek-van-strafvordering-sv.md?ask=<question>
```

The question should be specific, self-contained, and written in natural language.
The response will contain a direct answer to the question and relevant excerpts and sources from the documentation.

Use this mechanism when the answer is not explicitly present in the current page, you need clarification or additional context, or you want to retrieve related documentation sections.
